De
betekenis en de oorsprong van de achternamen
Achternamen
van moederszijde
Farnsworth
- (Oud-Engels) - plaatsnaam: van fearn
(varen) en worth (waarde, landgoed) -
de naam van een landgoed dat met varens overgroeid is, vandaar de naam voor wie
zo’n landgoed bezat.
Fuller
- (Oud-Engels) - beroep: voller - iemand die volt, dat is, wolharen
aaneen hecht; deze achternaam komt in zuidoost Engeland het meest voor.
Lane
- 1 (Oud-Engels) - plaatsnaam: voor wie naast een laan woonde; de
oorspronkelijke betekenis van het woord laan was een smal pad tussen
hekken of heggen, later - welk smal pad ook, zelfs tussen huizen. 2 (Iers
Keltisch) – verengelste vorm van verscheiden Ierse achternamen: O'Laighin, O'Luain,
O'Liathain (allemaal min of meer als "O'Lane" uitgesproken).
Longbottom
- (Oud-Engels) - plaatsnaam: van long (lang) en bodme (bodem, daal) - voor iemand die in of nabij
een lange daal woonde; de plaatsnaam Longbottom komt
in West Yorkshire voor.
Massey
- (Engels <Frans <Latijn) - oude Gallo-Romeinse
plaatsnaam: Masse, in de provincie van Normandie
in noordwest Frankrijk. In de Oudheid bevolkt door Keltische Galen, later door
de Romeinen veroverd, daarna door de Franken overgenomen, in de tiende eeuw na
Christus werd dit gebied voortdurend geplunderd door Noorse Vikingen - ook
Noormannen “mannen uit het Noorden” genoemd. Geergerd
besloot de Koning van Frankrijk het aangevallen gebied aan de Noormannen te
schenken zodat zij de rest van zijn koninkrijk met rust zouden laten. Zo werd
de provincie met de nieuwe naam Normandie
genoemd – naar haar nieuwe heersers de Noormannen. Honderd jaar daarna werd
Engeland aangevallen en veroverd door die zelfde Noormannen – nu al Normandiers genoemd – onder leiding van hun Hertog Willem
de Veroveraar - bloedverwant van de Engelse koning Harold.
Vele Normandische edellieden en knechten die Willem
geholpen hadden de troon van Engeland te overwinnen kregen Engelse landgoederen
en bleven in Engeland voor goed. Onze voorvader Massey
was precies zo een Normandier: hij kreeg een landgoed
in Cheshire, Engeland, waar veel nakomelingen van hem
nog steeds wonen. Variaties van deze achternaam zijn Massy, Massie, Macey, Masse.
Parrott
- (Engels <waarschijnlijk Keltisch) - plaatsnaam:
van de dorpen Noord en Zuid Perrott in Somersetshire, Engeland, die hun namen ontlenen aan de
rivier Parret waaraan zij liggen. Variaties: Parrot, Parret(t),
Parrat(t), Perot,
Perret, Perrat.
Peckham
- (Oud-Engels) - plaatsnaam: van peac
(heuvel, piek) en ham (heem, hofstede); deze plaatsnaam komt in Kent en Zuid-Londen voor.
Stones
- (Oud Engels of Oud-Noors) - plaatsnaam: van stan (steen), voor iemand die op steenachtig terrein of
nabij een merkwaardige rots of stenen grensmerkteken of gedenkteken woonde; beroepsnaam:
voor iemand die met steen werkte, een steenhouwer. Deze achternaam komt het
meest in Yorkshire voor. De Oud-Noorse
taal – door de voorvaderen van de hedendaagse Noren, Zweden, Denen en Ijslanders gesproken - was hecht verwant met het
Oud-Engels. In Yorkshire vermengden zich deze twee
nauw verwante talen tijdens de vele eeuwen van Deense heerschappij over die
graafschap. Daarom is het niet mogelijk te bepalen of de achternaam Stones van Noorse afkomst is of van Angelsaksische (Oud-Engelse) afkomst. Variaties: Stone, Stoner,
Stenner, Stoneman.
Taylor - (Engels <Frans)
- beroepsnaam: kleermaker.
Achternamen
van vaderszijde
Cloney - verengelste
vorm van O’Cluanaigh,
q.v.
De Friest
- (Nederlands <Laat Latijn) - plaatsnaam: van de foreest, wat in het Nederlands “het woud” betekent, en
wellicht oorspronkelijk uit Laat-Latijn de Foresta “van Forest”. “Forest” was
de naam van menig woonplaats die nabij een woud lag. In de loop der eeuwen
onderging de achternaam spellingveranderingen om de Nederlandse uitspraak beter
te weerspiegelen want de zwak uitgesproken klinker “o” in de eerste lettergreep
zonder nadruk viel weg: De Foreest >De
Freest >De Friest. De familie De Foreest is afkomstig van de stad Avesnes
in Henegouwen, die ooit een Nederlandse provincie/graafschap was, maar die
hedendaags een provincie van Belgie is (hoewel de
stad Avesnes zelf, dankzij grensveranderingen die aan
het einde van de zeventiende eeuw plaatsvonden, aan de overkant in Frankrijk
ligt). In de vroeg-zeventiende eeuw verhuisde mijn
tak van de familie naar Leiden in de noordelijke Nederlandse provincie Holland.
Deze achternaam kan vermoedelijk ook van het Hollandse woord vorst, forst
afgeleid zijn. Variaties: De Freest, De Freese, De Foreest, Van Foreest.
De Grauw - (Nederlands) -
kleur: grauw.
De Vos – (Nederlands) –
dier: vos.
Heit - (Nederlands of
Fries) – van den oud-Germaanse mansnaam Hayto, Heito,
of van het Friese woord heit (vader).
Herron 1 oorspronkelijk, MacHerron - (Schots
Keltisch) - vadersnaam: mac (zoon), giolla (van de dienaar), Chiarain (van de heilige Kieran). Chiarain wordt als Herron uitgesproken,
vandaar de Engelse spelling van de oorspronkelijke Keltische naam. Deze sept behoort bij de clan MacDonald. Variaties: Heron,
Herrin, Herring, Herren. 2 (Germaans: Nederlands, Engels, Deens) - Herron komt in
Engeland voor, waar het de naam is van een vogel. In Holland komen Herren en Hering voor, in Denemarken Herring, allemaal afgeleid van de
Germaanse stam Har, Her (man, leger). Ik weet niet of de
achternaam van mijn voorvaderen Herron/Herring van
Germaanse afkomst is of van Keltische afkomst, want mijn voorouders spelden hun
achternaam soms Herring, soms Herron, Herrin. En mensen
uit verschillende volkeren van Noord Europa vaak staken de grenzen over om met
elkaar te trouwen.
Holmes - (Nederlands, Engels, Deens,
Duits < Oud Noors) - plaatsnaam: holm (eilandje), met achtervoeging van de tweedenaamvalsuitgang es.
Ook Holm, Holme.
Kip - (Nederlands) -
diernaam: kip.
Konijn ook Conyn - (Nederlands) - diernaam: konijn.
Kool ook Cool(e) - (Nederlands)
- voornaam: van de oud-Germaanse mansnaam Kolo.
MacNamara
- (Iers Keltisch) - vadersnaam:
mac (zoon), na (van de), mara (zee). De Macnamara’s
waren oud Ierse adel uit het Graafschap Clare,
stichters van menig slot, burcht, klooster, kerk en abdij. Variaties: McNamara,
Macnamara, McNamarah,
McNammer. Deze sept behoort bij de koninglijke
clan O’Brien.
Meyer(s) ook Meijer(s) - (Nederlands,
Duits) - beroepsnaam of titel: van meier
(een rechterlijk ambtenaar, of
beheerder van een landgoed, of zetboer,
of krijgsrang). De uitgang s van de tweede naamval wordt vaak
toegevoegd, voornamelijk in de zuidelijke provincies van Nederland. Deze
achternaam stamt hoogstwaarschijnlijk van het Latijnse woord major (groter) af.
|
Murphy (Iers Keltisch) - verengelste vorm van de Ierse familienaam Ó
Murchadha ‘nakomeling van Murchadh’,
een persoonsnaam samengesteld uit de woorden muir
‘zee’ + cath ‘veldslag’, dat is, ‘zee-krijger’. Dit was een belangrijke familie in
Graafschap Tyrone.
|
O’Cluanaigh
– (Iers Keltisch) – vadersnaam: o (kleinkind) cluanaigh
(tweede naamval van cluanach = schelm,
bedrieger). De sept
Ó
Cluanaigh is afkomstig van Graafschap Wexford.
Post - (Nederlands) - van post (paal, houten raam- of deur-lijst); of
diernaam: post (kleine zoetwatervis).
In mijn familie is deze naam vermoedelijk een verkorting van van der Poest.
Schoenmaker - (Nederlands)
- beroepsnaam: schoenmaker.
Schuts
- (Nederlands) – krijgsnaam: hoede, bescherming.
Van Alstyne
- (Nederlands) - plaatsnaam: van (van) en Alstyne
(Nederlandse stad).