EEN
KIJKJE OP HET ALKOHOLISME
1) Alkohol is een voedsel bij maaltijden, een genotmiddel
bij feesten, en een geneesmiddel te vinden in veel eliksiren en preparaten.
Slechts een minderheid van de mensheid kan verslaafd raken aan de alkohol. Het procent
van alkoholverslaafden verschilt van werelddeel tot werelddeel, van ras tot
ras. Dat alkohol ook een voedsel is, en dat slechts een minderheid aan de
alkohol verslaafd raakt, onderscheidt alkohol en alkohol-verslaving van andere
verslavende middelen. (rond 10 procent raken verslaafd aan de alkohol; 25 % aan
kalmeringsmiddelen; 70 % aan morfine; 100 % aan heroine.)
2) Alkoholverslaving wordt ook met het oudere woord
''alkoholisme'' beduid. Alcoholisme is een, primaire, erfelijk bepaalde,
chronische, progressieve, en mogeljk dodelijke ziekte die gekenmerkt is door:
a) toenemende of alreeds bestaande hoge tolerantie voor
alkohol (waarbij de meeste alkoholisten veel meer alkohol kunnen drinken dan
niet-alkoholisten, en zonder erg dronken te lijken);
b) lichamelijke en geestelijke hunkering naar alkohol die
in de loop van de ziekte steeds sterker wordt;
c) dwangmatig en onbeheerst alkoholgebruik;
d) mogelijke ontwenningsverschijnselen - die verschillend
zijn bij de verschillende stadia van de ziekte en waar de intensiteit van
varieert van een vervelend angstgevoel tot delirium tremens - en die soms
levensgevaarlijk kunnen zijn, i.h.b. in het laatste stadium;
e) episoden van geheugenverlies (blackouts);
f) het onvermogen - bij de ene alkoholisten - om niet te
drinken, en dus, te stoppen;
g) het onvermogen - bij de anderen - om de hoeveelheid
alkohol te beperken en de duur van hun drinken te voorspellen nadat zij
begonnen zijn, en af de alkohol te blijven nadat zij weer gestopt zijn;
h) het blijven drinken ondanks de nare gevolgen ervan;
i) eenzaamheid, depressie, zelfmoordgedachten, financiële
moeilijkheden, werk- en relatie-problemen, die de schadelijke gevolgen zijn van
langdurende alkoholverslaving;
j) ontkenning dat men aan de drank verslaafd is en dus ziek;
k) in het laatste stadium van de ziekte - afnemende
tolerantie voor alkohol en het daardoor ontstaan voortdurend dronkenschap;
l) in het laatste stadium - ernstige lichamelijke schade
aan zenuwenstelsel, hersenen, hart, lever, alvleesklier, keel, mond, nieren,
longen, ogen, botten en spieren;
De ziekte kent drie stadia. De kenmerken van de ziekte
ontstaan geleidelijk en worden erger naarmate de ziekte ontwikkelt. Tolerantie
voor grote hoeveelheden alkohol is aanwezig al in het eerste stadium van de ziekte,
meestal vanaf het begin, of ontstaat vrij snel na het begin van het
drankgebruik, en wordt beschouwd dus als aangeboren. In het eerste stadium
drinkt de alkoholist omdat hij zoveel kan drinken zonder dronken te worden, en
omdat de werking van alkohol op hem sterk verslavend is, en dus als positief
ervaren wordt. Duidelijk herkenbare ontwenningsverschijnselen ontstaan meestal
pas in het tweede of derde stadium, en niet bij alle alkoholisten. Episoden van
geheugenverlies komen voor in het tweede stadium, soms al in het eerste. In het
tweede stadium drinkt de alkoholist omdat hij er een lichamelijke behoefte aan
heeft. Hij functioneert beter als hij genoeg gedronken heeft, en slechter als
hij niet genoeg gedronken heeft. Pas in het laatste stadium komen er ernstige
lichamelijke en geestelijke bijaandoeningen voor. In het laaste stadium drinkt
de alkoholist om de ontwenningsverschijnselen te genezen. Maar in dit stadium
is het slachtoffer zo verslaafd en zo ziek tegelijk, dat hij nooit genoeg
alkohol binnen kan krijgen om helemaal uit de ontwenningsverschijnselen en uit
de depressie te komen. In dit stadium - vanwege de erbarmelijke toestand van
zijn lichaam en geest - neemt zijn tolerantie voor alkohol meestal af, of is
die zeer onvoorspelbaar, terwijl zijn behoefte aan alkohol is groter dan ooit.
Het slachtoffer van de ziekte zal niet alle mogelijke
kenmerken van de ziekte hebben,
en kan kenmerken die typerend zijn voor een later
stadium, alreeds in een eerder stadium van de ziekte vertonen.
3) Het alkoholisme is vooral in Denemarken, Zweden,
Engeland, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika onderzocht, en van uit dat
laatste land krijgt men de meest recente kennis over het alkoholisme.
4) Stellen we voor de volgende types:
a) Bart drinkt van jongs af en dagelijks, in een milieu
waar iedereen alkohol drinkt, en raakt, als het ware, om geen enkele reden
verslaafd aan de alkohol. Jarenlang vertoont hij hoge tolerantie jegens
alkohol: hij kan veel alkohol drinken zonder dronken te lijken. Later toont hij
steeds ernstigere ontwenningsverschijnselen bij het wakker worden en begint 's
morgens te drinken. Soms gebruikt hij kalmeringsmiddelen om de alkohol te
versterken en de ontwenningsverschijnselen te genezen. Hij kan niet stoppen met
het drinken; hij moet zijn dagelijkse dosis binnen krijgen. Zijn leven draait
om de alkoholverslaving en wordt gekenmerkt door de gevolgen daarvan. Hij wordt
ernstig ziek, zowel lichamelijk als geestelijk. Hij is voortdurend neerslachtig
en angstig en denkt vaak aan zelfmoord. Elke dag heeft-ie buikloop en andere
lichamelijke klachten. Hij kan niet zonder alkohol leven, maar kan ook niet
meer met alkohol leven. Zijn tolerantie jegens alkohol neemt af en hij is vaak
dronken. Hij is niet meer altijd in staat te gaan werken, en blijft steeds
vaker thuis. Er gebeuren allerlei ongelukken. Er beginnen de opnames in het
ziekenhuis, behandelingen, ontwenningskuren. Eindelijk ziet hij de dood voor de
ogen. Maar toch drinkt hij door. Hij is aan de alkohol volledig verslaafd. Hij
is alkoholist.
b) Jan begint als tiener te drinken en wordt eerst een
gelegenheidsdrinker: hij drinkt bij ieder feest en zoekt steeds meer en meer
feesten om te mogen drinken. Later drinkt bij voorkeur in de kroegen, omringd
door andere ''stevige drinkers''. In de loop der tijd drinkt hij steeds meer en
vaker desondanks de steeds naarder wordende gevolgen ervan. Om zijn leven weer
in orde te stellen stopt hij tijdelijk met het drinken - dagen, soms weken of
maandenlang, maar begint telkens weer. Wanneer hij maar begint te drinken, moet
hij blijven drinken totdat zijn organisme genoeg heeft gekregen, dan stopt-ie
weer. Dat kan een avond duren, dat kan drie dagen, drie weken of drie maanden
duren. Hij kan de hoeveelheid alkohol, de duur van zijn drinken, en de gevolgen
ervan niet beheersen. Ook dit is een kenmerk van lichamelijke verslaving. Hij
is machteloos over de alkohol. Hij is alkoholist.
c) Mustafa is een moslim die in eigen land nooit alkohol
heeft gedronken. Als twintigjarige emigreert hij naar Duitsland. In het begin
houdt hij zich aan de voorschriften van zijn godsdienst en gebruikt geen
alkohol. In de loop der tijd raakt hij in de moeilijkheden: hij voelt zich
buitengesloten, neerslachtig, angstig, en wanhopig. Zijn Duitse vrienden raden
hem aan om samen een borreltje te nemen. Dat doet hij. De alkohol neemt al zijn
nare gevoelens weg en vrolijkt hem op als nooit daarvoor. Hij kan dat prettig
gevoel niet meer vergeten en gaat steeds vaker uit met zijn Duitse vrienden
drinken. Door de alkohol krijgt hij veel meer problemen dan hij al had, toen
hij met het drinken begon. Nu wordt hij gewelddadig iedere keer die hij drinkt,
en belandt af en toe of in het ziekenhuis of in de gevangenis. De laatste keer
dat hij in de gevangenis belandt moet hij er een week lang verblijven zonder te
mogen drinken, en daar ervaart hij voor het allereerst verschrikkelijke
ontwenningsverschijnselen. Hij is aan de alkohol verslaafd geraakt, zonder dat
te beseffen. Hij is alkoholist.
Wat hebben deze drie types gemeens?
Alle drie zijn verslaafd geraakt aan de alcohol omdat zij
de aangeboren neiging genetisch geërfd hebben, om vroeg of laat aan de alcohol
verslaafd te raken als zij om welke reden dan ook - of ook zonder reden -
alcohol zullen beginnen te gebruiken. Niet de reden of gebrek aan reden bepaalt
het ontstaan van het alkoholisme, maar de genetische neiging om verslaafd te
raken aan alkohol, de beschikbaarheid (aanwezigheid) van de alkohol zelf, en
het onschuldig gebruiken daarvan. Voor iedere alkoholist die om een bepaalde
reden begonnen is alkohol te gebruiken, is er een niet-alkoholist die precies
om de zelfde reden begonnen is te drinken. Maar de alkoholist, naarmate hij
steeds sterker verslaafd raakt, drinkt niet meer om de ene of andere
subjektieve reden (bijvoorbeeld, omdat iedereen om zich heen drinkt, om de
spijsvertering te vermakkelijken, om te ontspannen, om te vieren, om de
bloedomloop te verbeteren, om in slaap te vallen, enzovoorts), maar alleen om
de lichamelijke en geestelijke behoefte aan alkohol te bevredigen. Die
lichamelijke behoefte aan en hunkering naar alkohol zal een niet-alkoholist
nooit ervaren, en zo zal de niet-alkoholist de alkohol altijd om zijn
subjektieve redenen blijven gebruiken.
5) Conclusie: Niemand kiest ervoor om verslaafd te raken
aan de alkohol en zo alkoholist te worden. Integendeel, alkohol kiest zijn
slachtoffers. De enige oplossing is de alkoholist te helpen te herstellen, door
hem te overtuigen dat hij inderdaad verslaafd is, dat zijn verslaving en de
gevolgen daarvan steeds erger zullen worden, dat hij hulp en steun nodig heeft
om van de alkohol af te komen en blijven. Een leven van volledige onthouding
van alkohol is noodzakelijk en mogelijk. Het leven van de herstellende
alkoholist zal niet meer om alkohol draaien, maar zal steeds normaler worden en
een steeds rijker inhoud verkrijgen, totdat hij volledig hersteld is. Maar zijn
herstel zal altijd van de voorwaarde afhangen, dat hij geen druppel tot zich
neemt, want het eerste slokje kan de verslaving weer tot leven herroepen. En
men weet nooit of een volgende poging om te herstellen zal lukken.
Geraadpleegd literatuur:
Under the influence. A guide to
the myths and realities of alcoholism.
Om een recensie van dit boek te lezen: http://www.lakesidemilam.com/uti.htm
Om dit boek in Nederland te bestellen: http://www.nl.bol.com/
by James R. Milam & Katherine Ketcham
Adviesprijs: € 10,56 bol.com prijs: € 9,50 U bespaart: 10 %
5-7 werkdagen Paperback | Bantam
Books | USA Edition | 1984 ISBN: 0553274872